MAK

Full text: Verslag aan zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken, omtrent de Wereld-Tentoonstelling: gehouden te Weenen, van 1 Mei tot 2 November 1873, en meer bepaaldelijk omtrent de Nederlandsche Afdeeling

132 
ducten zij het ons geoorloofd hier de volgendo opmerking te 
maken. 
In de groepen 2 en 4 alleen komen een en twintig in 
zendingen van Oost-Indische voortbrengsclen voor. In de 
andere groepen komen voor: in groep 5: zeven, in groep 7: 
twee, in groep 12: drie, in groep 16, 22 en 26: ieder een 
inzending; zoodat hier alles tesamen, van Nedorlandschc en 
Indische exposanten, de Nederlandsche Regeering natuurlijk 
medegerekend, niet minder dan 36 inzendingen aanwezig 
waren, hetrekking hehhende op Indischen landbouw, nijver- 
hied en kunst, waaronder verscheidene zeer uitgehreide, rijke 
en hoogst belangrijke. 
Toch maakte dit alles niet dien indruk, welken men, met 
het oog op den rijkdom en verscheidenheid daarvan, mocht 
verwachten. Dit liep vooral sterk in ’t oog, wanneer men, 
weinige schreden vorder, in de eerstvolgende Zijgalenj, in de 
Fransche afdeeling zag wat däär geexposeerd was als afkom- 
stig van Frankrijks kolonien, bijna alleen van Algerie. Daar- 
voor was een geheel afzonderlijk gedeelte van die galerij in- 
gericht, waarboven men AlgSrie las, en waarin niets anders 
dan wat van koloniale, genoegzaam uitsluitend van Algerijn- 
sche, afkomst was gevonden werd; maar dät was er dan ook, 
in een systematische orde, keurig tentoongesteld. Een afzon- 
derlijke, uitvoerige Catalogus van die afdeeling was daar ver- 
krijgbaar, en men vertoefde er gaarne, want er viel veel te 
zien en te bewonderen; ’t was er leerzaam en men leerde er 
gemakkelijk.
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.