MAK

Full text: Verslag aan zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken, omtrent de Wereld-Tentoonstelling: gehouden te Weenen, van 1 Mei tot 2 November 1873, en meer bepaaldelijk omtrent de Nederlandsche Afdeeling

25 
en ’t hoofdgebouw, het niet minder fraaie Kaiser-Pavillon. 
Vöör het hoofdgebouw bevonden zieh een aantal kleinere 
en grootere, meest houten gebouwen of Pavillons, welker op- 
somming ons hier tever zou leiden; hetzelfde was trouwens op 
alle andere open gebleven plaatsen het geval; men zag ze, 
zelfs nog na de officieele opening, hier en daar als uit den 
grond oprijzen. 
Achter het hoofdgebouw strekte zieh de Machinenhalle uit, 
met een oppervlakte van 41.140 vierk. Meter, terwijl daar- 
achter zieh de ketelhuizen met de stoomketels, ter drijving der 
geexposeerde machinerien, benevens verscheidene kleinere ge- 
bouwtjes bevonden. 
Tusschen de Machinenhalle en het hoofdgebouw bevonden 
zieh de Oostelijke en Westelijke Agriculturhallen, waarop wij 
later, bij de bespreking van de voor de 2 e en 4« groep door Keder- 
land ingezonden voorwerpen, zullen terugkomen. Daar ook 
vond men een aantal grootere en kleinere gebouwen, deels tot 
de Oostenrijksche expositie, gedeeltelijk ook tot die van het 
Duitsche Rijk behoorende, meerendeeis met collectieve inzen 
dingen, op de drie eerste groepen van het programma betrek- 
king hebbende. Yooral op het gebied van geologie was daar 
veel belangrijks bijeengebracht; zoo ook van zaken op het 
boschwezen en den landbouw betrekking hebbende. 
Aan het einde van de Oostelijke Hoofdgalerij vond men, op 
eenigen afstand daarvan verwijderd en door een fraai terras, 
in ’t midden waarvan zieh de prächtige Turksche bron ver- 
hief, daarvan gescheiden, de Kunsthalle, welks uiterlijk met
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.