MAK

Full text: Verslag aan zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken, omtrent de Wereld-Tentoonstelling: gehouden te Weenen, van 1 Mei tot 2 November 1873, en meer bepaaldelijk omtrent de Nederlandsche Afdeeling

37 
thans de handen van verwondering ineen, over ’t geen er in 
dien körten tijd had plaats gegrepen. 
Nederland behoorde tot die landen, waar men ’t verste 
gevorderd was, en er zou onze Commissie zeker niet veel meer 
te doen zijn overgebleven, zoo zij niet wäre opgehouden ge 
worden door ongereedheid nu van dit dan weder van dat ge- 
deelte der gebouwen. 
Al het ceremonieel van die officieele opening te beschrijven 
acht de Commissie niet op hären weg te liggen. Met recht 
mocht men die opening plechtig noemen. Er was niet meer 
omslag bij dan erbij noodig was, en, wat men eraan had toe- 
gevoegd, strekte werkelijk om het geheel indrukwekkend te 
maken. 
Een groote schare van genoodigden, uit verschillende landen 
van Europa, vereenigde zieh reeds vroegtijdig in de Eotunde 
welker verbazende ruimte toen veel grootscher effect maakte 
dan later, nadat die opgevuld was met een bonte massa van 
vitrines en etalages. Zeer jamrner was het dan ook dat men 
van het oorspronkelijk plan, om de Eotunde ledig te laten, 
heeft moeten afwijken; de later daarin geplaatste voorwerpen 
werden nietig in dit kolossale gebouw, terwijl zij er, aan den 
anderen kant, den grootschen indruk totaal van bedierven. 
De verhevenheid, opgericht voor den Keizer en de Keizerin 
en het Keizerlijk gevolg, vlak tegenover den hoofdingang, was 
zoo eenvoudig mogelijk, en op geenerlei wijze had men door 
een honten opschik den plechtigen indruk bedorven, gelijk 
anders zoo vaak het geval pleegt te zijn.
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.