65
zij zeer spaarzaam met hare geldmiddelen zou moeten zijn,
had ze reeds bijtijds de verdeeling daarvan zoodanig geregeld,
dat de kosten niet zeer aanzienlijk zouden wezen, en waren
daarom verschillendo leden der Commissie voor de Jury aan-
gewezen, in dier voege, dat een en dezelfde persoon Nederland
in twee of drie Yerschillende groepen van het programma zou
vertegenwoordigen. Yoor de afdeeling der schoone kunsten alleen
was een Juror door de Nederlandsche artisten zelven benoemd.
Later werd echter door de Generale Directie bepaald of ver-
nam men van haar, dat elk persoon slechts als Juror in eene
groep kon toegelaten worden. In elke groep nu, waarvoor meer
dan tien inzenders waren, had de natie recht zieh door een
Juror te doen vertegenwoordigen; in groepen, waarvoor ’tge-
tal inzenders minder was dan tien, kon een gedelegeerde deel
uitmaken van de Jury, die daarin dan echter geen stem had.
Deze maatregel had tengevolge dat, buiten de Commissie,
nog acht Nederlandsche juryleden moesten benoemd en hiertoe
uitgenoodigd worden. Hiertoe geschikte personen te vinden,
die tevens bereid waren om deze zeker niet gemakkelijke en
zeer tijdroovende taak te aanvaarden, viel niet gemakkelijk,
en ’tgelukte der Commissie eerst na vaak herhaalde en mis-
lukte pogingen om de Nederlandsche Jury voltallig te krijgen.
Deze was samengesteld als volgt:
De Heer Staatsraad J. W. L. van Oordt, President der Ne-
derlandsche Hoofdcommissie, Voorzitter voor de 1 9 e groep:
het burgerlijke woonhuis, met zijn inwendige
inrichting en versiering.