75
de onderteekenaars van het adres behoorende, vergezelde toch
den Heer Witte bij deze gelegenheid, als Secretaris der Nederlandsche
Commissie.
De Nederlandsche Commissie had de eer Hare Majesteit onze
Koningin, alsmede Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Alexander
op de tentoonstelling te mögen ontvangen. Geen Nederlander
is onbekend met de belangstelling die onze geliefde
Vorstin ten allen tijde betoont voor alles wat schoon is en
goed, geen die niet weet door welk een uitgebreide kennis
Hare Majesteit onder de Vorsten en Vorstinnen van Europa
uitmunt; het kan derhalve geenerlei bevreemding baren,
wanneer wij zeggen dat H. M. met meer dan gewone belangstelling
de tentoonstelling in oogenschouw heeft genomen. Dat
inzonderheid de Nederlandsche afdeeling Harer Majesteits hooge
opmerkzaamheid trok kon wel niet anders, en ’t was een aangename
voldoening voor de Nederlandsche Hoofdcommissie, de
betuiging Harer Majesteits bijzondere tevredenheid daarover te
mögen vernemen. Hetzelfde was ook reeds iets vroeger met
Z. K. H. Prins Alexander het geval geweest. Ook Z. M. de
Keizer van Oostenrijk bezocht de verschillende afdeelingen der
Nederlandsche tentoonstelling herhaaldelijk. Evenzoo H. M.
de Keizerin en de verschillende Aartshertogen.
Dat de Hoofdcommissie ook de eer had Z. E. den Minister
van Binnenlandsche Zaken op de tentoonstelling te ontvangen,
werd reeds vroeger met een enkel woord vermeld. Z. E. ver-